Saturday, 22 March 2008

De politiek faalt door een gebrek aan nederigheid

De uitspraak van de minister leidde bij mij in ieder geval tot niets dan hoon.

De uitspraak van minister Hirsch-Ballin over het willen afschaffen van het woord Allochtoon is de laatste uitwas van een jarenlange beweging in de Nederlandse politiek. De grenzeloze zelfoverschatting van de Nederlandse politici heeft een nieuw hoogtepunt bereikt met deze Orwelliaanse poging de taal tot instrument voor het opdringen van een fundamentalistisch standpunt dat op geen enkele wijze overeen komt met de realiteit. Maar het eerdere vernietigende rapport van de commissie Dijsselbloem is hier net zo goed een voorbeeld van. Jarenlang werden experts, ervaringsdeskundigen en oud-politici genegeerd en werd er straffeloos getornd aan een prima functionerend onderwijssysteem, omdat er steeds vanuit werd gegaan dat een politicus het altijd wel beter weet.

Die arrogantie is alleen maar gegroeid sinds de jaren ’90. Het eerste kabinet Balkenende nam al de teugels over met haaks op de werkelijkheid staande grootspraak. De economie lag in duigen, de informatica boom was over en de broekriem moest worden aangehaald. Hoewel deze uitspraak niet geheel als een donderslag bij heldere hemel kwam, werd de onheilstijding van de kersverse premier wel met een duikvlucht van de consumentenvertrouwenindex begroet. Zo werd de uitspraak een ‘self-fulfilling prophecy’, en de economie de zondebok voor alle mogelijke tekortkomingen, fiasco’s en debacles die nog moesten komen. Het leek even beter te gaan, maar inmiddels is de economie weer in recessie, het lijkt zelfs alsof het hier om een cyclus gaat.

De moord op Pim Fortuyn verschafte het nieuwe kabinet ook de mogelijkheid om een voor Nederland ongehoord repressief ‘law and order’ beleid te voeren. Men voelde zich niet meer veilig op straat, dus er moesten coute que coute honderden duizenden politieagenten op straat bij komen. Momenteel zijn er salarisonderhandelingen bezig die de regering de hare te berge doen rijzen. Zelfs Doekle Terpstra lukt het niet de ijzersterke redenering van de bonden aan te tasten. Politie staat gelijk aan veiligheid, dus een loonsverhoging voor ‘s Rijks meest ondergewaardeerde ambtenaar weigeren is het leven en de bezittingen van de burger te grabbel gooien. Het beleid van de afgelopen 8 jaar heeft de politie vakbonden de legitimatie gegeven om de samenleving te gijzelen.

Ook op het internationale toneel moest er veel gedaan worden. Nederland werd niet meer serieus genomen, andere landen waren moreel rechtvaardiger. Dus moest Nederland ook meedoen aan het internationale avontuur van de gekrenkte Amerikanen, zodat niemand kon zeggen dat Nederland haar hulp had ontzegd bij het bevrijden van onderdrukte volken en het beschermen van de vrije wereld. Inmiddels is iedereen er over uit dat het zowel in Irak als Afghanistan een uitzichtloze situatie betreft, waar ook het vertrek van Nederlandse troepen weer meer chaos en leed oplevert.

Maar in de harten en hoofden van de Nederlandse bevolking was nog het meest te veranderen. Een te neer geslagen, armzalige bevolking leed aan een gebrek aan duidelijkheid en regelgeving. Moraliteit, gemeenschapszin en respect moesten de uitkomst bieden aan een doorgeslagen maatschappij van egoïstische individuen. De koningin belachelijk maken, terrorisme bagatelliseren, het zou allemaal verboden moeten worden. De wet op godslastering zou moeten worden uitgebreid en wellicht zou Nederland gebaat zijn bij wat meer islamitische wetten. Piet Hein Donner grossierde de afgelopen jaren in dit soort wettelijke proefballonnetjes. Ondanks zijn vele inspanningen is de samenleving nochtans harder dan ooit, zelfs de politiek doet, schijnbaar slechts bij monde van de PVV, een duit in het zakje.

Theoretisch had het 1e kabinet Balkenende Nederland moeten redden, maar een gebrek aan nederigheid en het onvermogen een goede inschatting te maken van wat wel en wat niet door de politiek geregeld zou moeten worden hebben dit onmogelijk gemaakt. Balkenende IV heeft nog hoger gespannen verwachtingen dan zijn voorgangers, en nog minder bestaansrecht. De lange periodes van interne strubbelingen leidend tot demissionaire kabinetten vol onvervulde verlangens en een feitelijk ongestuurd land, hebben ook wel duidelijk gemaakt dat de regering alleen maar irrelevanter geworden is, wat de misplaatste dadendrang er niet minder op heeft gemaakt.

Alle kabinetten Balkenende hebben geleden onder de onwil bij de bevolking, de eigen coalitiepartijen en de realiteit om zich te voegen naar de iedere verkiezing weer beloofde gouden bergen. De grenzen van het eigen kunnen werden steevast genegeerd voor de belofte van de per decreet gerealiseerde samenleving. De maakbaarheid voorbij, telde alleen de visie nog. Daarom is er ook steeds blind gestaard op de scheuren in de eigen organisatie, zijn er Nederlandse troepen in Afghanistan en Irak, is de samenleving schijnbaar harder en onveiliger, is het onderwijs er op achteruit gegaan, kan het woord allochtoon niet vervangen worden. Van alle essentiële eigenschappen die vrome leiders zouden moeten hebben, is nederigheid degene die nog steeds het meest gemist wordt.

Friday, 21 March 2008

De dierenliefde komt van één kant

Deze is al weer wat ouder, van het begin van de maand, de pers reageerde niet.

In het artikel van Marcel Engelen in 'de Pers' van gisteren (Ware dierenliefde in zeven geboden 03/03/08) komt het welbekende beeld van de overtuigde dierenactivist, die in ieder geval duidelijke en logische principes nastreeft, goed uit de verf. Er worden voornamelijk praktische bezwaren aangetekend tegen het al te streng in de leer zijn. Het idee dat het concept ‘dierenrechten’ goed onderbouwd is, stoelt echter op enkele misvattingen.

Dieren kunnen wel degelijk gedrag vertonen dat op mensen als moraliteit overkomt, net zoals mensen dat doen in het dagelijks leven. De vraag verschuift dan ook naar of moraliteit nu wel of niet een bewuste keuze moet zijn. Is dit niet het geval dan is de keuze van de poema in het wild om bijvoorbeeld U niet op te eten (een keuze waar het voortbestaan van de poema vanaf zou kunnen hangen), bewonderenswaardiger dan uw streven om één keer in de week een vegetarische maaltijdsalade te eten. Nog belangrijker, wie heeft het morele gelijk als de poema een levenslange vegetarische dierenactivist opeet? Of is het misschien beter een concept als de moraliteit van het eten van dieren, zowel door mensen als andere dieren maar buiten de discussie te laten?

Volgend uit de paradigma verschuiving die Darwin teweegbracht met de conclusie dat de mens een dier is, is ook de tweedeling tussen cultuur en natuur een hersenspinsel. Net als alle andere dieren hebben wij nu ook het ‘recht’ om soorteigen gedrag te vertonen, ook al is dit in zekere mate nadelig voor onze omgeving. Wellicht zou men zelfs kunnen beweren dat dit de voornaamste rol van de mens is, het uitroeien van andere levensvormen. De geschiedenis van het leven op deze planeet zit vol met diversiteitexplosies, gevolgd door massasterfte, van de Cambrische periode tot heden te dage. Als mensen hebben wij natuurlijk de mogelijkheid om ons niet voor dit karretje te laten spannen, maar alleen ten koste van het ontkennen van onze eigen natuur.

In het artikel wordt gewag gemaakt van de positieve uitwerking die sciencefiction heeft op denkoefeningen over de mens in het groter geheel. Er wordt alleen het vaak terugkerende star trek scenario van de vergevorderde beschaving die de mensen behandelt zoals de mensen de dieren behandelen, maar er zijn nog legio andere voorbeelden, die een veel genuanceerder beeld schetsten. In het boek ‘Speaker for the dead’ van de mormoon Orson Scott Card bijvoorbeeld wordt er een uitgebreide classificatie van buitenaardse wezens opgezet die hoofdzakelijk neerkomt op of er wel of geen communicatie mogelijk is. Is dit namelijk niet het geval dan is een oorlog en de uitroeiing van één van beide rassen onvermijdelijk.

En in Robert Heinlein’s laatste epos ‘Time enough for Love’ staat een uiterst rake typering van dierenactivisten; ‘Een groep mensen die een beverdam, door bevers gebouwd, voor de doeleinden van bevers verheerlijkt en een mensen dam, door mensen gemaakt, voor de doeleinden van mensen verguisd, is niet een groep mensen die van dieren houden, maar een groep mensen die zich zelf haten.’

In een oude Boeddhistische legende doet de koning van de herten de vader van Siddharta het voorstel om één van zijn onderdanen per dag op te offeren als de koning ophoudt met het jagen voor zijn plezier. Geen van beiden begrijpt de ander, toch wordt er een overeenkomst gesloten. De koning jaagt niet meer en elke dag offert een per loting geselecteerd hert zich op voor de poorten van het kasteel. Vrijwel alle relaties tussen mensen en dieren zijn op dezelfde lijnen gebouwd.

Maar hoe kan de mens zich dan realistischer op stellen ten opzichte van het dier? De meest gehate man in dierenactivisten kringen is de boer. Deze mannen en vrouwen exploiteren met grote regelmaat dieren op mensonterende wijze voor eigen gewin. De dieren krijgen onderdak, medische zorg en worden gevoerd, maar alleen maar om de producten die ze kunnen leveren. Er wordt zonder getob aan quid pro quo gedaan.

In zijn Boek ‘Strohonden’ pleit de filosoof John Gray voor het behouden van de natuur en het afwijzen van een door mensen zelf gecreëerde vervanger daarvan. In een omgeving die geen ander doel heeft dan de mens te dienen kan de mens ook alleen zichzelf tegenkomen, wat niet aan te raden is voor het zielenheil.

Je bent niet zondermeer een beter mens omdat je geen vlees eet, of je inzet voor de rechten van het dier, er is eigenlijk geen eer te behalen. Sterker nog, als activist zou je er goed aan doen je eigen motieven eens goed te onderzoeken. Bovendien zou het debat er bij gebaat zijn als de sentimentaliteit eens buiten de deur wordt gehouden. De dieren malen er immers ook niet om dat de vruchtbaarheidscijfers van de mens overal ter wereld teruglopen. We zouden dieren inderdaad beter moeten behandelen, maar niet uit een overtrokken gelijkheidsbeginsel, maar omdat dat beter is voor ons eigen spirituele welzijn.