De uitspraak van de minister leidde bij mij in ieder geval tot niets dan hoon.
De uitspraak van minister Hirsch-Ballin over het willen afschaffen van het woord Allochtoon is de laatste uitwas van een jarenlange beweging in de Nederlandse politiek. De grenzeloze zelfoverschatting van de Nederlandse politici heeft een nieuw hoogtepunt bereikt met deze Orwelliaanse poging de taal tot instrument voor het opdringen van een fundamentalistisch standpunt dat op geen enkele wijze overeen komt met de realiteit. Maar het eerdere vernietigende rapport van de commissie Dijsselbloem is hier net zo goed een voorbeeld van. Jarenlang werden experts, ervaringsdeskundigen en oud-politici genegeerd en werd er straffeloos getornd aan een prima functionerend onderwijssysteem, omdat er steeds vanuit werd gegaan dat een politicus het altijd wel beter weet.
Die arrogantie is alleen maar gegroeid sinds de jaren ’90. Het eerste kabinet Balkenende nam al de teugels over met haaks op de werkelijkheid staande grootspraak. De economie lag in duigen, de informatica boom was over en de broekriem moest worden aangehaald. Hoewel deze uitspraak niet geheel als een donderslag bij heldere hemel kwam, werd de onheilstijding van de kersverse premier wel met een duikvlucht van de consumentenvertrouwenindex begroet. Zo werd de uitspraak een ‘self-fulfilling prophecy’, en de economie de zondebok voor alle mogelijke tekortkomingen, fiasco’s en debacles die nog moesten komen. Het leek even beter te gaan, maar inmiddels is de economie weer in recessie, het lijkt zelfs alsof het hier om een cyclus gaat.
De moord op Pim Fortuyn verschafte het nieuwe kabinet ook de mogelijkheid om een voor Nederland ongehoord repressief ‘law and order’ beleid te voeren. Men voelde zich niet meer veilig op straat, dus er moesten coute que coute honderden duizenden politieagenten op straat bij komen. Momenteel zijn er salarisonderhandelingen bezig die de regering de hare te berge doen rijzen. Zelfs Doekle Terpstra lukt het niet de ijzersterke redenering van de bonden aan te tasten. Politie staat gelijk aan veiligheid, dus een loonsverhoging voor ‘s Rijks meest ondergewaardeerde ambtenaar weigeren is het leven en de bezittingen van de burger te grabbel gooien. Het beleid van de afgelopen 8 jaar heeft de politie vakbonden de legitimatie gegeven om de samenleving te gijzelen.
Ook op het internationale toneel moest er veel gedaan worden. Nederland werd niet meer serieus genomen, andere landen waren moreel rechtvaardiger. Dus moest Nederland ook meedoen aan het internationale avontuur van de gekrenkte Amerikanen, zodat niemand kon zeggen dat Nederland haar hulp had ontzegd bij het bevrijden van onderdrukte volken en het beschermen van de vrije wereld. Inmiddels is iedereen er over uit dat het zowel in Irak als Afghanistan een uitzichtloze situatie betreft, waar ook het vertrek van Nederlandse troepen weer meer chaos en leed oplevert.
Maar in de harten en hoofden van de Nederlandse bevolking was nog het meest te veranderen. Een te neer geslagen, armzalige bevolking leed aan een gebrek aan duidelijkheid en regelgeving. Moraliteit, gemeenschapszin en respect moesten de uitkomst bieden aan een doorgeslagen maatschappij van egoïstische individuen. De koningin belachelijk maken, terrorisme bagatelliseren, het zou allemaal verboden moeten worden. De wet op godslastering zou moeten worden uitgebreid en wellicht zou Nederland gebaat zijn bij wat meer islamitische wetten. Piet Hein Donner grossierde de afgelopen jaren in dit soort wettelijke proefballonnetjes. Ondanks zijn vele inspanningen is de samenleving nochtans harder dan ooit, zelfs de politiek doet, schijnbaar slechts bij monde van de PVV, een duit in het zakje.
Theoretisch had het 1e kabinet Balkenende Nederland moeten redden, maar een gebrek aan nederigheid en het onvermogen een goede inschatting te maken van wat wel en wat niet door de politiek geregeld zou moeten worden hebben dit onmogelijk gemaakt. Balkenende IV heeft nog hoger gespannen verwachtingen dan zijn voorgangers, en nog minder bestaansrecht. De lange periodes van interne strubbelingen leidend tot demissionaire kabinetten vol onvervulde verlangens en een feitelijk ongestuurd land, hebben ook wel duidelijk gemaakt dat de regering alleen maar irrelevanter geworden is, wat de misplaatste dadendrang er niet minder op heeft gemaakt.
Alle kabinetten Balkenende hebben geleden onder de onwil bij de bevolking, de eigen coalitiepartijen en de realiteit om zich te voegen naar de iedere verkiezing weer beloofde gouden bergen. De grenzen van het eigen kunnen werden steevast genegeerd voor de belofte van de per decreet gerealiseerde samenleving. De maakbaarheid voorbij, telde alleen de visie nog. Daarom is er ook steeds blind gestaard op de scheuren in de eigen organisatie, zijn er Nederlandse troepen in Afghanistan en Irak, is de samenleving schijnbaar harder en onveiliger, is het onderwijs er op achteruit gegaan, kan het woord allochtoon niet vervangen worden. Van alle essentiële eigenschappen die vrome leiders zouden moeten hebben, is nederigheid degene die nog steeds het meest gemist wordt.
Saturday, 22 March 2008
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment