De uitspraak van de minister leidde bij mij in ieder geval tot niets dan hoon.
De uitspraak van minister Hirsch-Ballin over het willen afschaffen van het woord Allochtoon is de laatste uitwas van een jarenlange beweging in de Nederlandse politiek. De grenzeloze zelfoverschatting van de Nederlandse politici heeft een nieuw hoogtepunt bereikt met deze Orwelliaanse poging de taal tot instrument voor het opdringen van een fundamentalistisch standpunt dat op geen enkele wijze overeen komt met de realiteit. Maar het eerdere vernietigende rapport van de commissie Dijsselbloem is hier net zo goed een voorbeeld van. Jarenlang werden experts, ervaringsdeskundigen en oud-politici genegeerd en werd er straffeloos getornd aan een prima functionerend onderwijssysteem, omdat er steeds vanuit werd gegaan dat een politicus het altijd wel beter weet.
Die arrogantie is alleen maar gegroeid sinds de jaren ’90. Het eerste kabinet Balkenende nam al de teugels over met haaks op de werkelijkheid staande grootspraak. De economie lag in duigen, de informatica boom was over en de broekriem moest worden aangehaald. Hoewel deze uitspraak niet geheel als een donderslag bij heldere hemel kwam, werd de onheilstijding van de kersverse premier wel met een duikvlucht van de consumentenvertrouwenindex begroet. Zo werd de uitspraak een ‘self-fulfilling prophecy’, en de economie de zondebok voor alle mogelijke tekortkomingen, fiasco’s en debacles die nog moesten komen. Het leek even beter te gaan, maar inmiddels is de economie weer in recessie, het lijkt zelfs alsof het hier om een cyclus gaat.
De moord op Pim Fortuyn verschafte het nieuwe kabinet ook de mogelijkheid om een voor Nederland ongehoord repressief ‘law and order’ beleid te voeren. Men voelde zich niet meer veilig op straat, dus er moesten coute que coute honderden duizenden politieagenten op straat bij komen. Momenteel zijn er salarisonderhandelingen bezig die de regering de hare te berge doen rijzen. Zelfs Doekle Terpstra lukt het niet de ijzersterke redenering van de bonden aan te tasten. Politie staat gelijk aan veiligheid, dus een loonsverhoging voor ‘s Rijks meest ondergewaardeerde ambtenaar weigeren is het leven en de bezittingen van de burger te grabbel gooien. Het beleid van de afgelopen 8 jaar heeft de politie vakbonden de legitimatie gegeven om de samenleving te gijzelen.
Ook op het internationale toneel moest er veel gedaan worden. Nederland werd niet meer serieus genomen, andere landen waren moreel rechtvaardiger. Dus moest Nederland ook meedoen aan het internationale avontuur van de gekrenkte Amerikanen, zodat niemand kon zeggen dat Nederland haar hulp had ontzegd bij het bevrijden van onderdrukte volken en het beschermen van de vrije wereld. Inmiddels is iedereen er over uit dat het zowel in Irak als Afghanistan een uitzichtloze situatie betreft, waar ook het vertrek van Nederlandse troepen weer meer chaos en leed oplevert.
Maar in de harten en hoofden van de Nederlandse bevolking was nog het meest te veranderen. Een te neer geslagen, armzalige bevolking leed aan een gebrek aan duidelijkheid en regelgeving. Moraliteit, gemeenschapszin en respect moesten de uitkomst bieden aan een doorgeslagen maatschappij van egoïstische individuen. De koningin belachelijk maken, terrorisme bagatelliseren, het zou allemaal verboden moeten worden. De wet op godslastering zou moeten worden uitgebreid en wellicht zou Nederland gebaat zijn bij wat meer islamitische wetten. Piet Hein Donner grossierde de afgelopen jaren in dit soort wettelijke proefballonnetjes. Ondanks zijn vele inspanningen is de samenleving nochtans harder dan ooit, zelfs de politiek doet, schijnbaar slechts bij monde van de PVV, een duit in het zakje.
Theoretisch had het 1e kabinet Balkenende Nederland moeten redden, maar een gebrek aan nederigheid en het onvermogen een goede inschatting te maken van wat wel en wat niet door de politiek geregeld zou moeten worden hebben dit onmogelijk gemaakt. Balkenende IV heeft nog hoger gespannen verwachtingen dan zijn voorgangers, en nog minder bestaansrecht. De lange periodes van interne strubbelingen leidend tot demissionaire kabinetten vol onvervulde verlangens en een feitelijk ongestuurd land, hebben ook wel duidelijk gemaakt dat de regering alleen maar irrelevanter geworden is, wat de misplaatste dadendrang er niet minder op heeft gemaakt.
Alle kabinetten Balkenende hebben geleden onder de onwil bij de bevolking, de eigen coalitiepartijen en de realiteit om zich te voegen naar de iedere verkiezing weer beloofde gouden bergen. De grenzen van het eigen kunnen werden steevast genegeerd voor de belofte van de per decreet gerealiseerde samenleving. De maakbaarheid voorbij, telde alleen de visie nog. Daarom is er ook steeds blind gestaard op de scheuren in de eigen organisatie, zijn er Nederlandse troepen in Afghanistan en Irak, is de samenleving schijnbaar harder en onveiliger, is het onderwijs er op achteruit gegaan, kan het woord allochtoon niet vervangen worden. Van alle essentiële eigenschappen die vrome leiders zouden moeten hebben, is nederigheid degene die nog steeds het meest gemist wordt.
Saturday, 22 March 2008
Friday, 21 March 2008
De dierenliefde komt van één kant
Deze is al weer wat ouder, van het begin van de maand, de pers reageerde niet.
In het artikel van Marcel Engelen in 'de Pers' van gisteren (Ware dierenliefde in zeven geboden 03/03/08) komt het welbekende beeld van de overtuigde dierenactivist, die in ieder geval duidelijke en logische principes nastreeft, goed uit de verf. Er worden voornamelijk praktische bezwaren aangetekend tegen het al te streng in de leer zijn. Het idee dat het concept ‘dierenrechten’ goed onderbouwd is, stoelt echter op enkele misvattingen.
Dieren kunnen wel degelijk gedrag vertonen dat op mensen als moraliteit overkomt, net zoals mensen dat doen in het dagelijks leven. De vraag verschuift dan ook naar of moraliteit nu wel of niet een bewuste keuze moet zijn. Is dit niet het geval dan is de keuze van de poema in het wild om bijvoorbeeld U niet op te eten (een keuze waar het voortbestaan van de poema vanaf zou kunnen hangen), bewonderenswaardiger dan uw streven om één keer in de week een vegetarische maaltijdsalade te eten. Nog belangrijker, wie heeft het morele gelijk als de poema een levenslange vegetarische dierenactivist opeet? Of is het misschien beter een concept als de moraliteit van het eten van dieren, zowel door mensen als andere dieren maar buiten de discussie te laten?
Volgend uit de paradigma verschuiving die Darwin teweegbracht met de conclusie dat de mens een dier is, is ook de tweedeling tussen cultuur en natuur een hersenspinsel. Net als alle andere dieren hebben wij nu ook het ‘recht’ om soorteigen gedrag te vertonen, ook al is dit in zekere mate nadelig voor onze omgeving. Wellicht zou men zelfs kunnen beweren dat dit de voornaamste rol van de mens is, het uitroeien van andere levensvormen. De geschiedenis van het leven op deze planeet zit vol met diversiteitexplosies, gevolgd door massasterfte, van de Cambrische periode tot heden te dage. Als mensen hebben wij natuurlijk de mogelijkheid om ons niet voor dit karretje te laten spannen, maar alleen ten koste van het ontkennen van onze eigen natuur.
In het artikel wordt gewag gemaakt van de positieve uitwerking die sciencefiction heeft op denkoefeningen over de mens in het groter geheel. Er wordt alleen het vaak terugkerende star trek scenario van de vergevorderde beschaving die de mensen behandelt zoals de mensen de dieren behandelen, maar er zijn nog legio andere voorbeelden, die een veel genuanceerder beeld schetsten. In het boek ‘Speaker for the dead’ van de mormoon Orson Scott Card bijvoorbeeld wordt er een uitgebreide classificatie van buitenaardse wezens opgezet die hoofdzakelijk neerkomt op of er wel of geen communicatie mogelijk is. Is dit namelijk niet het geval dan is een oorlog en de uitroeiing van één van beide rassen onvermijdelijk.
En in Robert Heinlein’s laatste epos ‘Time enough for Love’ staat een uiterst rake typering van dierenactivisten; ‘Een groep mensen die een beverdam, door bevers gebouwd, voor de doeleinden van bevers verheerlijkt en een mensen dam, door mensen gemaakt, voor de doeleinden van mensen verguisd, is niet een groep mensen die van dieren houden, maar een groep mensen die zich zelf haten.’
In een oude Boeddhistische legende doet de koning van de herten de vader van Siddharta het voorstel om één van zijn onderdanen per dag op te offeren als de koning ophoudt met het jagen voor zijn plezier. Geen van beiden begrijpt de ander, toch wordt er een overeenkomst gesloten. De koning jaagt niet meer en elke dag offert een per loting geselecteerd hert zich op voor de poorten van het kasteel. Vrijwel alle relaties tussen mensen en dieren zijn op dezelfde lijnen gebouwd.
Maar hoe kan de mens zich dan realistischer op stellen ten opzichte van het dier? De meest gehate man in dierenactivisten kringen is de boer. Deze mannen en vrouwen exploiteren met grote regelmaat dieren op mensonterende wijze voor eigen gewin. De dieren krijgen onderdak, medische zorg en worden gevoerd, maar alleen maar om de producten die ze kunnen leveren. Er wordt zonder getob aan quid pro quo gedaan.
In zijn Boek ‘Strohonden’ pleit de filosoof John Gray voor het behouden van de natuur en het afwijzen van een door mensen zelf gecreëerde vervanger daarvan. In een omgeving die geen ander doel heeft dan de mens te dienen kan de mens ook alleen zichzelf tegenkomen, wat niet aan te raden is voor het zielenheil.
Je bent niet zondermeer een beter mens omdat je geen vlees eet, of je inzet voor de rechten van het dier, er is eigenlijk geen eer te behalen. Sterker nog, als activist zou je er goed aan doen je eigen motieven eens goed te onderzoeken. Bovendien zou het debat er bij gebaat zijn als de sentimentaliteit eens buiten de deur wordt gehouden. De dieren malen er immers ook niet om dat de vruchtbaarheidscijfers van de mens overal ter wereld teruglopen. We zouden dieren inderdaad beter moeten behandelen, maar niet uit een overtrokken gelijkheidsbeginsel, maar omdat dat beter is voor ons eigen spirituele welzijn.
In het artikel van Marcel Engelen in 'de Pers' van gisteren (Ware dierenliefde in zeven geboden 03/03/08) komt het welbekende beeld van de overtuigde dierenactivist, die in ieder geval duidelijke en logische principes nastreeft, goed uit de verf. Er worden voornamelijk praktische bezwaren aangetekend tegen het al te streng in de leer zijn. Het idee dat het concept ‘dierenrechten’ goed onderbouwd is, stoelt echter op enkele misvattingen.
Dieren kunnen wel degelijk gedrag vertonen dat op mensen als moraliteit overkomt, net zoals mensen dat doen in het dagelijks leven. De vraag verschuift dan ook naar of moraliteit nu wel of niet een bewuste keuze moet zijn. Is dit niet het geval dan is de keuze van de poema in het wild om bijvoorbeeld U niet op te eten (een keuze waar het voortbestaan van de poema vanaf zou kunnen hangen), bewonderenswaardiger dan uw streven om één keer in de week een vegetarische maaltijdsalade te eten. Nog belangrijker, wie heeft het morele gelijk als de poema een levenslange vegetarische dierenactivist opeet? Of is het misschien beter een concept als de moraliteit van het eten van dieren, zowel door mensen als andere dieren maar buiten de discussie te laten?
Volgend uit de paradigma verschuiving die Darwin teweegbracht met de conclusie dat de mens een dier is, is ook de tweedeling tussen cultuur en natuur een hersenspinsel. Net als alle andere dieren hebben wij nu ook het ‘recht’ om soorteigen gedrag te vertonen, ook al is dit in zekere mate nadelig voor onze omgeving. Wellicht zou men zelfs kunnen beweren dat dit de voornaamste rol van de mens is, het uitroeien van andere levensvormen. De geschiedenis van het leven op deze planeet zit vol met diversiteitexplosies, gevolgd door massasterfte, van de Cambrische periode tot heden te dage. Als mensen hebben wij natuurlijk de mogelijkheid om ons niet voor dit karretje te laten spannen, maar alleen ten koste van het ontkennen van onze eigen natuur.
In het artikel wordt gewag gemaakt van de positieve uitwerking die sciencefiction heeft op denkoefeningen over de mens in het groter geheel. Er wordt alleen het vaak terugkerende star trek scenario van de vergevorderde beschaving die de mensen behandelt zoals de mensen de dieren behandelen, maar er zijn nog legio andere voorbeelden, die een veel genuanceerder beeld schetsten. In het boek ‘Speaker for the dead’ van de mormoon Orson Scott Card bijvoorbeeld wordt er een uitgebreide classificatie van buitenaardse wezens opgezet die hoofdzakelijk neerkomt op of er wel of geen communicatie mogelijk is. Is dit namelijk niet het geval dan is een oorlog en de uitroeiing van één van beide rassen onvermijdelijk.
En in Robert Heinlein’s laatste epos ‘Time enough for Love’ staat een uiterst rake typering van dierenactivisten; ‘Een groep mensen die een beverdam, door bevers gebouwd, voor de doeleinden van bevers verheerlijkt en een mensen dam, door mensen gemaakt, voor de doeleinden van mensen verguisd, is niet een groep mensen die van dieren houden, maar een groep mensen die zich zelf haten.’
In een oude Boeddhistische legende doet de koning van de herten de vader van Siddharta het voorstel om één van zijn onderdanen per dag op te offeren als de koning ophoudt met het jagen voor zijn plezier. Geen van beiden begrijpt de ander, toch wordt er een overeenkomst gesloten. De koning jaagt niet meer en elke dag offert een per loting geselecteerd hert zich op voor de poorten van het kasteel. Vrijwel alle relaties tussen mensen en dieren zijn op dezelfde lijnen gebouwd.
Maar hoe kan de mens zich dan realistischer op stellen ten opzichte van het dier? De meest gehate man in dierenactivisten kringen is de boer. Deze mannen en vrouwen exploiteren met grote regelmaat dieren op mensonterende wijze voor eigen gewin. De dieren krijgen onderdak, medische zorg en worden gevoerd, maar alleen maar om de producten die ze kunnen leveren. Er wordt zonder getob aan quid pro quo gedaan.
In zijn Boek ‘Strohonden’ pleit de filosoof John Gray voor het behouden van de natuur en het afwijzen van een door mensen zelf gecreëerde vervanger daarvan. In een omgeving die geen ander doel heeft dan de mens te dienen kan de mens ook alleen zichzelf tegenkomen, wat niet aan te raden is voor het zielenheil.
Je bent niet zondermeer een beter mens omdat je geen vlees eet, of je inzet voor de rechten van het dier, er is eigenlijk geen eer te behalen. Sterker nog, als activist zou je er goed aan doen je eigen motieven eens goed te onderzoeken. Bovendien zou het debat er bij gebaat zijn als de sentimentaliteit eens buiten de deur wordt gehouden. De dieren malen er immers ook niet om dat de vruchtbaarheidscijfers van de mens overal ter wereld teruglopen. We zouden dieren inderdaad beter moeten behandelen, maar niet uit een overtrokken gelijkheidsbeginsel, maar omdat dat beter is voor ons eigen spirituele welzijn.
Thursday, 31 January 2008
Peter R. De Vries lost zaak Holloway op.
Wat zelfs Phil McGraw niet lukte, is Besnorde speurneus Peter R. De Vries nu wel gelukt. Voor de zoveelste keer weet de voormalige Telegraaf journalist Justitie te slim af te zijn. Hart van Nederland berichtte net dat De Vries de zaak heeft opgelost. Het einde is in zicht voor het media circus rondom deze zaak.
Phil deed zo z'n best;
Ondanks de stemmingmakerij en Phil's ruime ervaring met media-interventies(zie Bumfights debacle, Britney Rehab, School shooting, Anna Nicole custody Battle, etc.)is hij er dit keer niet in geslaagd met dreigende muziek, ingehuurde specialisten en Texaanse tegeltjes wijsheden een open deur in te trappen.
Dr. Phil wordt ook nog steeds aangeklaagd door Deepak Kalpoe, voor het manipuleren van video bewijs. Collega Aasgier Geraldo Rivera claimt bij de knettergekke Bill O'Reilly dat Phil wel degelijk tot zoiets in staat is.
Al met al, petje af voor de vries die na het aan de kaak stellen van de inneficientie bij Justitie in Diverse zaken( Zie Lucia de B., Schiedammer Park Moord, Puttense Moord, Verleden van Mabel Wisse-Smit, etc.), nu weer korte metten maakt met een schier onoplosbaar mysterie. We zullen aanstaande Zondag weer aan de buis gekluisterd zitten.
Phil deed zo z'n best;
Ondanks de stemmingmakerij en Phil's ruime ervaring met media-interventies(zie Bumfights debacle, Britney Rehab, School shooting, Anna Nicole custody Battle, etc.)is hij er dit keer niet in geslaagd met dreigende muziek, ingehuurde specialisten en Texaanse tegeltjes wijsheden een open deur in te trappen.
Dr. Phil wordt ook nog steeds aangeklaagd door Deepak Kalpoe, voor het manipuleren van video bewijs. Collega Aasgier Geraldo Rivera claimt bij de knettergekke Bill O'Reilly dat Phil wel degelijk tot zoiets in staat is.
Al met al, petje af voor de vries die na het aan de kaak stellen van de inneficientie bij Justitie in Diverse zaken( Zie Lucia de B., Schiedammer Park Moord, Puttense Moord, Verleden van Mabel Wisse-Smit, etc.), nu weer korte metten maakt met een schier onoplosbaar mysterie. We zullen aanstaande Zondag weer aan de buis gekluisterd zitten.
Wednesday, 30 January 2008
Deze is Nieuw!
Ik had al een Engelse Blog (http:equivocationnation.blogspot.com), maar aangezien ik steeds vaker nul op het rekest krijg wanneer ik Nederlandse artikelen probeer te publiceren, kan ik ze nu hier kwijt. Binnenkort nog meer geweigerde artikelen. Hieronder wat oude artikelen op ongeveer de datum dat ze hadden moeten verschijnen.
Saturday, 12 January 2008
Betutteling is Totalitair
In Alexis de Tocqueville's De la démocratie en Amérique (1835) wordt betoogd dat er een zeker aristocratische gevoel in Amerika mist, een gebrek aan wat de Tocqueville een trotse onafhankelijke geest noemt. Hierdoor is de Amerikaanse democratie kwetsbaar voor populisme en extremistische ideeën, niet in de laatste plaats een overspannen meritocratisch beginsel. Als men er vanuit gaat dat men rijk is omdat men daar hard voor gewerkt heeft, geldt de omgekeerde redenering ook. Als je niet rijk bent, ben je dus ook lui. Het is je eigen schuld dat je niet succesvol bent. In de reguliere Amerikaanse samenleving is de onderkenning van factoren als geluk, sociale vaardigheden en netwerk symptomatisch. Dit is wat er met 'the American Dream' bedoeld wordt.
Diezelfde ontkenning van de invloed van toevalligheden en geluk bij succes is in Nederland gemeengoed. Zonder een adelijke klasse die een belangrijke rol in de politiek speelt, is dit land altijd onderhevig geweest aan dezelfde vulgaire redeneringen als diegenen die de eigenwaarde van de gemiddelde Amerikaan bepalen. De laatste jaren worden ook tactieken gebruikt die niet uit de toon zouden vallen in de Amerikaanse politiek. Goedkope aanspraken op angsten en zogenaamde onderbuikgevoelens voeren nu al jaren de boventoon in het politieke debat. De angst voor een theocratie laat anti-islamitische demagogen vrij om religieus gedachtengoed te onderdrukken, maar ook om de seculiere maatschappij ter discussie te stellen. Als het tot een conflict komt, moeten wij immers de kant van het joods-christelijk gedachtengoed kiezen. Religieuze leiders spinnen wel garen bij verdere polarisatie, voor volle kerken is vervolgingswaanzin bijna een randvoorwaarde geworden.
In een ogenschijnlijk onoverzichtelijke samenleving is het verlangen naar heldere standpunten en duidelijke verhoudingen begrijpelijk, maar niet wenselijk. De regering heeft geen mandaat om de bevolking een standpunt op te leggen, ook al vraagt men er om. Een integere politicus laat zich niet leiden door de waan van de dag, maar neemt zijn kiezers in bescherming tegen hun eigen aandrang om hun verworven vrijheden in te ruilen voor een veilig gevoel. De zogenaamde kloof tussen burger en politiek is echter bewust door de politiek gecreëerd. Deze afstand is de voorwaarde voor de autoriteit die zij zichzelf willen aanmeten.
De kabinetten Balkenende zijn niet wezenlijk geïnteresseerd in het aftstappen van een model dat zo goed werkt. Neo-conservatieve ideeën over de economie en aan fascisme of communisme grenzende ideeën over de publiek moraal zijn de leidende principes voor zowel rechts als links. Er zit een sinistere bedoeling achter de terugkeer naar normen en waarden, fatsoen en respect voor elkaar. Deze boodschappen komen in feite neer op 'doe wat we zeggen'. In Amerika heeft deze crypto-totalitaire golf geleid tot politici zonder integriteit, christenen zonder naastenliefde, atheïsten zonder logica en revolutionairen zonder idealen. Ook hier kan het volgen van hetzelfde pad alleen maar leiden tot draconische wetten van schaamteloze machtswellustelingen en een bevolking die heen en weer schippert tussen doodsangst en apathie, zonder ooit aan woede en verzet toe te komen.
Diezelfde ontkenning van de invloed van toevalligheden en geluk bij succes is in Nederland gemeengoed. Zonder een adelijke klasse die een belangrijke rol in de politiek speelt, is dit land altijd onderhevig geweest aan dezelfde vulgaire redeneringen als diegenen die de eigenwaarde van de gemiddelde Amerikaan bepalen. De laatste jaren worden ook tactieken gebruikt die niet uit de toon zouden vallen in de Amerikaanse politiek. Goedkope aanspraken op angsten en zogenaamde onderbuikgevoelens voeren nu al jaren de boventoon in het politieke debat. De angst voor een theocratie laat anti-islamitische demagogen vrij om religieus gedachtengoed te onderdrukken, maar ook om de seculiere maatschappij ter discussie te stellen. Als het tot een conflict komt, moeten wij immers de kant van het joods-christelijk gedachtengoed kiezen. Religieuze leiders spinnen wel garen bij verdere polarisatie, voor volle kerken is vervolgingswaanzin bijna een randvoorwaarde geworden.
In een ogenschijnlijk onoverzichtelijke samenleving is het verlangen naar heldere standpunten en duidelijke verhoudingen begrijpelijk, maar niet wenselijk. De regering heeft geen mandaat om de bevolking een standpunt op te leggen, ook al vraagt men er om. Een integere politicus laat zich niet leiden door de waan van de dag, maar neemt zijn kiezers in bescherming tegen hun eigen aandrang om hun verworven vrijheden in te ruilen voor een veilig gevoel. De zogenaamde kloof tussen burger en politiek is echter bewust door de politiek gecreëerd. Deze afstand is de voorwaarde voor de autoriteit die zij zichzelf willen aanmeten.
De kabinetten Balkenende zijn niet wezenlijk geïnteresseerd in het aftstappen van een model dat zo goed werkt. Neo-conservatieve ideeën over de economie en aan fascisme of communisme grenzende ideeën over de publiek moraal zijn de leidende principes voor zowel rechts als links. Er zit een sinistere bedoeling achter de terugkeer naar normen en waarden, fatsoen en respect voor elkaar. Deze boodschappen komen in feite neer op 'doe wat we zeggen'. In Amerika heeft deze crypto-totalitaire golf geleid tot politici zonder integriteit, christenen zonder naastenliefde, atheïsten zonder logica en revolutionairen zonder idealen. Ook hier kan het volgen van hetzelfde pad alleen maar leiden tot draconische wetten van schaamteloze machtswellustelingen en een bevolking die heen en weer schippert tussen doodsangst en apathie, zonder ooit aan woede en verzet toe te komen.
Tuesday, 8 January 2008
Echte Mannen Bestaan Niet
In het artikel van Marlies Brenters van zaterdag 5 januari jongstleden in de NRC wordt technologie als de grote boosdoener gezien in het verdwijnen van de zogenaamde 'echte man'. De eigenschappen die met Pallas Athene en Zeus worden geassocieerd worden zijn belangrijker dan de fysieke hoogstandjes van Ares en de technisch kunde van Hephaiston. Er zijn nauwelijks nog fysiek indrukwekkende of technisch handige mannen te vinden. Dit is een nog al wonderlijke bewering, aangezien zowel oorlog als techniek nog volop in gebruik zijn. Dit lijkt eerder een geval van misplaatste pastorale romantiek in een geschiedvervalsingscontext te zijn. Technologie heeft zeker meegeholpen in deze verandering, maar is niet de hoofdoorzaak.
De moderne man is kennelijk niet meer in staat vuur te maken en dit wordt als een gebrek aan overlevingsdrang gezien. In het geromantiseerde beeld van de 'echte man' is het kunnen overleven onder barre omstandigheden de enige maat van de mannelijkheid. De moderne man is lui. Dat het maken van vuur net zo goed een manifestatie van die luiheid is wordt over het hoofd gezien. De enige reden dat er überhaupt is overgestapt op deze primitieve technologie is het comfort en de veiligheid die dit voor de primitieve mens heeft opgeleverd. De vraag rijst zelfs of vrouwen in de middeleeuwen ook smachtten naar de steentijd, toen een echte man een vrouw nog warm hield met zijn borsthaar. Dat het de moderne man aan ervaring ontbreekt zal niemand ontkennen, maar de theorie is nog springlevend en zal ook nu nog min of meer dezelfde resultaten opleveren. Een middagje oefenen en de achter zijn bureau gekluisterde it-expert hervindt en perfectioneert een vergeten truukje.
Professionele atleten en bodybuilders zullen zich ook verbazen over het kennelijke gemis aan gespierde mannen. Dit heeft dan ook weer alles te maken met een geromantiseerd idee van de omstandigheden in het verleden. De gemiddelde man is tegenwoordig een vormeloze papzak. Hoe anders was het zelfs vorige eeuw, toen tanige mannetjes energiek balen stro heen en weer slingerden, fotogeniek zwetend met ontbloot bovenlijf. Hier wordt weer gedacht dat de consequenties van verregaande ondervoeding en een meedogenloos intensieve werkdag destijds ook als bewonderwaardig aantrekkelijk werden ondervonden. Rillend wit vlees was voor zowel mannen als vrouwen een zeer positieve indicatie van welvaart en dit was ook verre van een ontmoediging voor potentiele partners. De moderne man is juist blij dat het wel of niet onderhouden van spieren een optie geworden is.
De feitelijke processen achter het verdwijnen van deze mythische held zijn een stuk prozaischer dan de opmars van de technologie. De voornaamste redenen liggen eerder in de culturele omslag van de seksuele revolutie en het daardoor veranderende gedrag van zowel mannen als vrouwen. Vrouwen zouden het meest moeten profiteren van het doorbreken van een traditioneel rollenpatroon. Eindelijk zouden ze in de arbeidsmarkt door kunnen dringen en zichzelf op dezelfde manier verwezenlijken als mannen. Mannen hebben echter minstens zoveel, zo niet meer geprofiteerd van het verdwijnen van dit patroon. Toen de druk eenmaal van de ketel was, blijken het verdwijnen van een vanzelfsprekende macho cultuur op de werkvloer mannen alleen maar meer ontplooiings mogelijkheden gegeven te hebben, zoals uitgebreid onderzocht in talloze onderzoeken van Fons Trompenaars en Charles Hampden Turner. De moderne man is op de werkvloer gewenst omdat hij zowel mannelijke hard skills' en vrouwelijke 'soft skills' heeft.
De natuur speelt ook een rol. Vrouwen hebben van oudsher twee instinctieve voortplantingsstrategieen; Een man uit kiezen die al zijn energie op het opvoeden van zijn nageslacht wil richtten bij een vrouw, of kinderen krijgen van een man die zo veel mogelijk vrouwen tracht te bevruchtten en de statistiek de overhand geeft. De middenweg, het aan de haak slaan van een saaie verzorger voor door de week en in het weekend de stoere jager op te zoeken. Deze keuze staat bij onderzoekers bekend als 'Shopping for Genes'. In Fontane (1982) en Markman et al. (1994) werd onderzocht wanneer en met wat voor partners vrouwen vreemd gingen. Het bleken voornamelijk mannen met een aanzienlijk hoger testosteron gehalte dan de partner, en vooral op de vruchtbaarste dagen van de eisprong. Geboortebeperkingsmiddelen hebben zeker afbreuk gedaan aan het vermogen van deze mannen om zich voort te planten.
De technologie speelt hoogstens een secundaire rol, ze reikt niets anders aan dan de middelen, de uiteindelijke motivaties zijn hoofdzakelijk cultureel en evolutionair. De echte man was een tijdelijke genetische tactiek en voor de meeste mannen een onrealistisch fantasie beeld. Het gaat hier om een verdwenen archetype, wiens wereldlijke incarnatie alleen in een vlaag van hormonale verstandsverbijstering serieus genomen werd. De echte mannen vanweleer bestonden alleen bij gratie van omstandigheden, en zij zouden met jaloezie kijken naar de moderne man, bevrijd van de bittere noodzaak tot atletische prestaties of technische hoogstandjes.
De moderne man is kennelijk niet meer in staat vuur te maken en dit wordt als een gebrek aan overlevingsdrang gezien. In het geromantiseerde beeld van de 'echte man' is het kunnen overleven onder barre omstandigheden de enige maat van de mannelijkheid. De moderne man is lui. Dat het maken van vuur net zo goed een manifestatie van die luiheid is wordt over het hoofd gezien. De enige reden dat er überhaupt is overgestapt op deze primitieve technologie is het comfort en de veiligheid die dit voor de primitieve mens heeft opgeleverd. De vraag rijst zelfs of vrouwen in de middeleeuwen ook smachtten naar de steentijd, toen een echte man een vrouw nog warm hield met zijn borsthaar. Dat het de moderne man aan ervaring ontbreekt zal niemand ontkennen, maar de theorie is nog springlevend en zal ook nu nog min of meer dezelfde resultaten opleveren. Een middagje oefenen en de achter zijn bureau gekluisterde it-expert hervindt en perfectioneert een vergeten truukje.
Professionele atleten en bodybuilders zullen zich ook verbazen over het kennelijke gemis aan gespierde mannen. Dit heeft dan ook weer alles te maken met een geromantiseerd idee van de omstandigheden in het verleden. De gemiddelde man is tegenwoordig een vormeloze papzak. Hoe anders was het zelfs vorige eeuw, toen tanige mannetjes energiek balen stro heen en weer slingerden, fotogeniek zwetend met ontbloot bovenlijf. Hier wordt weer gedacht dat de consequenties van verregaande ondervoeding en een meedogenloos intensieve werkdag destijds ook als bewonderwaardig aantrekkelijk werden ondervonden. Rillend wit vlees was voor zowel mannen als vrouwen een zeer positieve indicatie van welvaart en dit was ook verre van een ontmoediging voor potentiele partners. De moderne man is juist blij dat het wel of niet onderhouden van spieren een optie geworden is.
De feitelijke processen achter het verdwijnen van deze mythische held zijn een stuk prozaischer dan de opmars van de technologie. De voornaamste redenen liggen eerder in de culturele omslag van de seksuele revolutie en het daardoor veranderende gedrag van zowel mannen als vrouwen. Vrouwen zouden het meest moeten profiteren van het doorbreken van een traditioneel rollenpatroon. Eindelijk zouden ze in de arbeidsmarkt door kunnen dringen en zichzelf op dezelfde manier verwezenlijken als mannen. Mannen hebben echter minstens zoveel, zo niet meer geprofiteerd van het verdwijnen van dit patroon. Toen de druk eenmaal van de ketel was, blijken het verdwijnen van een vanzelfsprekende macho cultuur op de werkvloer mannen alleen maar meer ontplooiings mogelijkheden gegeven te hebben, zoals uitgebreid onderzocht in talloze onderzoeken van Fons Trompenaars en Charles Hampden Turner. De moderne man is op de werkvloer gewenst omdat hij zowel mannelijke hard skills' en vrouwelijke 'soft skills' heeft.
De natuur speelt ook een rol. Vrouwen hebben van oudsher twee instinctieve voortplantingsstrategieen; Een man uit kiezen die al zijn energie op het opvoeden van zijn nageslacht wil richtten bij een vrouw, of kinderen krijgen van een man die zo veel mogelijk vrouwen tracht te bevruchtten en de statistiek de overhand geeft. De middenweg, het aan de haak slaan van een saaie verzorger voor door de week en in het weekend de stoere jager op te zoeken. Deze keuze staat bij onderzoekers bekend als 'Shopping for Genes'. In Fontane (1982) en Markman et al. (1994) werd onderzocht wanneer en met wat voor partners vrouwen vreemd gingen. Het bleken voornamelijk mannen met een aanzienlijk hoger testosteron gehalte dan de partner, en vooral op de vruchtbaarste dagen van de eisprong. Geboortebeperkingsmiddelen hebben zeker afbreuk gedaan aan het vermogen van deze mannen om zich voort te planten.
De technologie speelt hoogstens een secundaire rol, ze reikt niets anders aan dan de middelen, de uiteindelijke motivaties zijn hoofdzakelijk cultureel en evolutionair. De echte man was een tijdelijke genetische tactiek en voor de meeste mannen een onrealistisch fantasie beeld. Het gaat hier om een verdwenen archetype, wiens wereldlijke incarnatie alleen in een vlaag van hormonale verstandsverbijstering serieus genomen werd. De echte mannen vanweleer bestonden alleen bij gratie van omstandigheden, en zij zouden met jaloezie kijken naar de moderne man, bevrijd van de bittere noodzaak tot atletische prestaties of technische hoogstandjes.
Friday, 12 October 2007
Sex is toch niet pret-a-porter?
Seks moet weer haute couture worden, maar wat als je nou 20 paar zwarte sokken nodig hebt? Ga je naar gerenommeerd ontwerper of ga je naar de Zeeman? Seks is een consumptieproduct en dat is het ook altijd geweest. In een samenleving waar porno mainstream is geworden kan niemand er vreemd van opkijken dat seks te koop is, vrouwen gedenigreerd worden en daar een stevige backlash tegen is.
Dit is niets anders dan de vierde feministische golf. De eerste heeft een heleboel juridische kwesties opgelost, de tweede heeft een verwrongen beeld van rolverdelingen proberen te introduceren en de derde is vooral bezig geweest met het verder theoretisch onderbouwen van deze ideeen of ze te weerleggen. De vierde, na een eerste oprisping van girlpower in de jaren negentig is nu gericht op een gesexualiseerd beeld van de vrouw in de media. In principe is na rechten, gedrag en woorden, nu het beeld van de vrouw in relatie tot seks aan de beurt.
De volgende stap is logischerwijs de gedachten en fantasieen van mensen zelf. Hoewel technologisch nog niet mogelijk is dit het logische einddoel van de feministische beweging. Tussen de golven is een even sterke en minstens zo gevaarlijke beweging aan de gang. Puur onversneden misogynisme dat tot doel heeft de vorige golf ongedaan te maken, binnen de regels die die golf zelf stelt.
De gemoedelijke onderschatting van vrouwelijke capaciteiten heeft plaatsgemaakt voor een blinde angst voor de vrouw en de daarbij horende seksualiteit. Vandaar ook de verering van de pooier in Amerikaanse rapmuziek. Hij heeft een voor de onzekere puber fantastische hoogte bereikt: Absolute macht over vrouwen.
Dit is niets anders dan de vierde feministische golf. De eerste heeft een heleboel juridische kwesties opgelost, de tweede heeft een verwrongen beeld van rolverdelingen proberen te introduceren en de derde is vooral bezig geweest met het verder theoretisch onderbouwen van deze ideeen of ze te weerleggen. De vierde, na een eerste oprisping van girlpower in de jaren negentig is nu gericht op een gesexualiseerd beeld van de vrouw in de media. In principe is na rechten, gedrag en woorden, nu het beeld van de vrouw in relatie tot seks aan de beurt.
De volgende stap is logischerwijs de gedachten en fantasieen van mensen zelf. Hoewel technologisch nog niet mogelijk is dit het logische einddoel van de feministische beweging. Tussen de golven is een even sterke en minstens zo gevaarlijke beweging aan de gang. Puur onversneden misogynisme dat tot doel heeft de vorige golf ongedaan te maken, binnen de regels die die golf zelf stelt.
De gemoedelijke onderschatting van vrouwelijke capaciteiten heeft plaatsgemaakt voor een blinde angst voor de vrouw en de daarbij horende seksualiteit. Vandaar ook de verering van de pooier in Amerikaanse rapmuziek. Hij heeft een voor de onzekere puber fantastische hoogte bereikt: Absolute macht over vrouwen.
Subscribe to:
Posts (Atom)