In het artikel van Marlies Brenters van zaterdag 5 januari jongstleden in de NRC wordt technologie als de grote boosdoener gezien in het verdwijnen van de zogenaamde 'echte man'. De eigenschappen die met Pallas Athene en Zeus worden geassocieerd worden zijn belangrijker dan de fysieke hoogstandjes van Ares en de technisch kunde van Hephaiston. Er zijn nauwelijks nog fysiek indrukwekkende of technisch handige mannen te vinden. Dit is een nog al wonderlijke bewering, aangezien zowel oorlog als techniek nog volop in gebruik zijn. Dit lijkt eerder een geval van misplaatste pastorale romantiek in een geschiedvervalsingscontext te zijn. Technologie heeft zeker meegeholpen in deze verandering, maar is niet de hoofdoorzaak.
De moderne man is kennelijk niet meer in staat vuur te maken en dit wordt als een gebrek aan overlevingsdrang gezien. In het geromantiseerde beeld van de 'echte man' is het kunnen overleven onder barre omstandigheden de enige maat van de mannelijkheid. De moderne man is lui. Dat het maken van vuur net zo goed een manifestatie van die luiheid is wordt over het hoofd gezien. De enige reden dat er überhaupt is overgestapt op deze primitieve technologie is het comfort en de veiligheid die dit voor de primitieve mens heeft opgeleverd. De vraag rijst zelfs of vrouwen in de middeleeuwen ook smachtten naar de steentijd, toen een echte man een vrouw nog warm hield met zijn borsthaar. Dat het de moderne man aan ervaring ontbreekt zal niemand ontkennen, maar de theorie is nog springlevend en zal ook nu nog min of meer dezelfde resultaten opleveren. Een middagje oefenen en de achter zijn bureau gekluisterde it-expert hervindt en perfectioneert een vergeten truukje.
Professionele atleten en bodybuilders zullen zich ook verbazen over het kennelijke gemis aan gespierde mannen. Dit heeft dan ook weer alles te maken met een geromantiseerd idee van de omstandigheden in het verleden. De gemiddelde man is tegenwoordig een vormeloze papzak. Hoe anders was het zelfs vorige eeuw, toen tanige mannetjes energiek balen stro heen en weer slingerden, fotogeniek zwetend met ontbloot bovenlijf. Hier wordt weer gedacht dat de consequenties van verregaande ondervoeding en een meedogenloos intensieve werkdag destijds ook als bewonderwaardig aantrekkelijk werden ondervonden. Rillend wit vlees was voor zowel mannen als vrouwen een zeer positieve indicatie van welvaart en dit was ook verre van een ontmoediging voor potentiele partners. De moderne man is juist blij dat het wel of niet onderhouden van spieren een optie geworden is.
De feitelijke processen achter het verdwijnen van deze mythische held zijn een stuk prozaischer dan de opmars van de technologie. De voornaamste redenen liggen eerder in de culturele omslag van de seksuele revolutie en het daardoor veranderende gedrag van zowel mannen als vrouwen. Vrouwen zouden het meest moeten profiteren van het doorbreken van een traditioneel rollenpatroon. Eindelijk zouden ze in de arbeidsmarkt door kunnen dringen en zichzelf op dezelfde manier verwezenlijken als mannen. Mannen hebben echter minstens zoveel, zo niet meer geprofiteerd van het verdwijnen van dit patroon. Toen de druk eenmaal van de ketel was, blijken het verdwijnen van een vanzelfsprekende macho cultuur op de werkvloer mannen alleen maar meer ontplooiings mogelijkheden gegeven te hebben, zoals uitgebreid onderzocht in talloze onderzoeken van Fons Trompenaars en Charles Hampden Turner. De moderne man is op de werkvloer gewenst omdat hij zowel mannelijke hard skills' en vrouwelijke 'soft skills' heeft.
De natuur speelt ook een rol. Vrouwen hebben van oudsher twee instinctieve voortplantingsstrategieen; Een man uit kiezen die al zijn energie op het opvoeden van zijn nageslacht wil richtten bij een vrouw, of kinderen krijgen van een man die zo veel mogelijk vrouwen tracht te bevruchtten en de statistiek de overhand geeft. De middenweg, het aan de haak slaan van een saaie verzorger voor door de week en in het weekend de stoere jager op te zoeken. Deze keuze staat bij onderzoekers bekend als 'Shopping for Genes'. In Fontane (1982) en Markman et al. (1994) werd onderzocht wanneer en met wat voor partners vrouwen vreemd gingen. Het bleken voornamelijk mannen met een aanzienlijk hoger testosteron gehalte dan de partner, en vooral op de vruchtbaarste dagen van de eisprong. Geboortebeperkingsmiddelen hebben zeker afbreuk gedaan aan het vermogen van deze mannen om zich voort te planten.
De technologie speelt hoogstens een secundaire rol, ze reikt niets anders aan dan de middelen, de uiteindelijke motivaties zijn hoofdzakelijk cultureel en evolutionair. De echte man was een tijdelijke genetische tactiek en voor de meeste mannen een onrealistisch fantasie beeld. Het gaat hier om een verdwenen archetype, wiens wereldlijke incarnatie alleen in een vlaag van hormonale verstandsverbijstering serieus genomen werd. De echte mannen vanweleer bestonden alleen bij gratie van omstandigheden, en zij zouden met jaloezie kijken naar de moderne man, bevrijd van de bittere noodzaak tot atletische prestaties of technische hoogstandjes.
Tuesday, 8 January 2008
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment